RunTriathlon

Amber’s eerste Olympische triathlon

posted by Amber 24 juni 2017 0 comments
Amber olympische triathlon

♦ Blog geschreven door Amber 

“Ook Amber van Luxemburg is gefinisht op de Olympic Distance”

Het went nooit om je eigen naam te horen via de luidsprekers. Mijn eerste Olympische Triathlon. Ik realiseer me dat ik het heb gedaan.. ‘Een Olympische Triathlon’. Ik herhaal het omdat ik nauwelijks kan geloven dat mijn lichaam dit echt kan. Ook al ben ik nog maar zo kort bezig met deze waanzinnige sport.

Gediskwalificeerd?

De race start officieel op Zaterdag 17 juni om negen uur. Maar eigenlijk begint een triathlon race op het moment dat je spullen klaarzet in de wisselzone. Hoe je fiets in het rek hangt. Waar je schoenen staan. Hoe je sokken erbij liggen. Al deze details hebben invloed op je tijd. Tijdens de wissels loopt de klok gewoon door. Na het zwemmen is afdrogen bijvoorbeeld een optie. Kost je alleen wel de nodige minuten.

Inchecken kan gelukkig een dag van tevoren. Een mogelijkheid waar ik graag gebruik van maak. Als ik onderweg ben om mijn fiets te stallen in de wisselzone worden twee dingen mij pijnlijk duidelijk. Ten eerste; ik ben duidelijk een rookie die haar weg probeert te vinden. Ten tweede; het gaat er bloed serieus aan toe bij deze sport.  Een van de juryleden controleert mijn fiets. Goedgekeurd. “Kunt u uw helm op doen”. ‘uh, nou nee want ik had gedacht deze morgen mee te nemen naar de race’. Het jurylid kijkt mij streng aan en wijst mij er op dat ik gediskwalificeerd zal worden wanneer ik de volgende dag voor half negen mijn helm niet zou laten controleren. Daarna pakt hij zijn pen en zet demonstratief een kruis achter mijn naam. Bang dat ik deze controle vergeet, wedstrijd spanning doet gekke dingen met je, vraag ik of hij geen uitzondering kan maken. Ik zou immers nooit zonder helm gaan fietsen. Om mijn verhaal extra kracht bij te zetten vertel ik dat mijn helm gloednieuw is. Als finishing touch geef ik hem na mijn pleidooi mijn liefste glimlach. De beste man kijkt mij stoïcijns aan en zegt ‘mevrouw, dit is geen grap. Morgen laten controleren anders wordt u gediskwalificeerd’. Dit is duidelijk andere koek dan een gemiddelde hardloopwedstrijd waarbij je vijf minuten voor de start kan komen aan sjokken.

Amber olympische triathlon

Winners never quit

De volgende dag ben ik om 07.30 op locatie. Met militaire precisie heb ik mijn spullen klaargelegd zodat ik razend snel de wissels kan doen. Mijn helm, welke door de controle is gekomen, op mijn stuur met de riempjes open. Gels geplakt op het frame van mijn fiets, zodat ik die tijdens het fietsen makkelijk kan pakken. Pedalen in de juiste positie. Alles precies zoals ik al tig keer heb geoefend.

Ik wurm mezelf in mijn wetsuit, wat net zo lang lijkt te duren als het klaarzetten van al mijn spullen. Nog eenmaal kijk ik naar de Amstel en het parcours. Anderhalve kilometer. Het ziet er zo ver uit. Mijn hart begint steeds sneller te kloppen. Langzaam voel ik mijn focus omslaan in angst.

09.00. Het startschot gaat af gevolgd door gejuich. We mogen het water in. Ik doe een poging om de borstcrawl in te zetten maar voel me opeens heel onzeker. Links een schop in mijn zij. Rechts een hand in mijn gezicht. Het maakt me steeds angstiger. Het wordt licht in mijn hoofd, de Amstel verandert in een woeste draaikolk en ik heb het gevoel dat mijn keel wordt dichtgeknepen. Heel even overweeg ik te stoppen. ‘Een paniekaanval is een prima reden om uit te stappen. Dat zal iedereen begrijpen’. Dan realiseer ik me dat dit waarschijnlijk waar is. Maar dat ik het mijzelf enorm kwalijk zou nemen. Winners never quit. Ik ga door. Dan maar met angst. Eenmaal uit het water ben ik zo opgelucht. Ik sta weer op de steiger en kijk achterom naar de Amstel. ‘Heb ik toch maar mooi gedaan’ denk ik. En ik ren naar mijn fiets. In twee minuten heb ik mijn wetsuit uitgetrokken. Mijn cap verruild voor mijn knalroze helm. En mijn lompe zwembril voor m’n nieuwe flitsende bril met spiegelglazen. Onder mijn wetsuit zit een tri-suit waarin ik kan fietsen en hardlopen. Met blote voeten schiet ik in mijn schoenen en ren ik met mijn fiets aan de hand richting het parcours. Met een kletsnat pak spring ik op de fiets en ik voel hoe mijn voeten zich vastklikken op de pedalen. Chris, mijn man, roept of het zwemmen goed is gegaan. ‘Nee’ gil ik terug met een brede grijns op mijn gezicht. Ik sprint weg op mijn fiets. Ondertussen steek ik snel een arm in de lucht met gebalde vuist en juich zodat hij weet dat het goed met mij gaat. Ondanks dat het zwemmen niet volgens plan is gegaan, wil ik genieten van de race. Dat is voor mij het allerbelangrijkste.

Amber olympische triathlon

Wat je geeft, krijg je terug

Een kleine anderhalf uur in een, voor mij, hoog tempo fietsen zou vandaag voor het eerst zijn. En het lukt! Na een minuut of tien begin ik mensen in te halen. Dit is een enorme boost voor m’n zelfvertrouwen. Een uur later komen de eerste pijntjes in mijn benen. Ondanks dat word ik steeds blijer en gelukkiger. Euforisch bijna. De endorfine is kicking in. And I love it.

Maar dan is daar onderdeel drie; ruim tien kilometer hardlopen. Inmiddels loopt de temperatuur flink op. ‘Dit maakt de wedstrijd nog uitdagender spreek ik mijzelf optimistisch toe. Ik neem nog wat slokken van mijn sportdrank. Al snel voelen mijn benen alsof ik er al een halve marathon op heb zitten. Weg geluksgevoel. Ik begin mijzelf al rennend te vervloeken. ‘Wie schrijft zich nu in voor vijf triathlons terwijl je er nog nooit een hebt gedaan?!’. Vlak voor mij rent een vrouw. Ze begint steeds langzamer te lopen. Onze blikken kruisen elkaar en ik zie dat zij het heel zwaar heeft. Ik neem nog een flinke slok en geef haar mijn flesje. Ze mompelt dankjewel en lacht. Haar reactie geeft mij energie. Ineens realiseer ik me dat dit is wat ik moet doen; contact maken met andere. In plaats van in mijn boehoe-wat-heb-ik-het-toch-zwaar-mood blijven hangen. Energie van andere heb ik nodig om mijzelf op te laden. Dat wat je geeft krijg je terug. Ik deel spontaan high fives uit aan de mensen langs de kant. Juich voor mijzelf wanneer de eerste van twee ronden erop zit. Het publiek juicht mee. Het werkt! Als een Duracell konijntje op nieuwe batterijen. De endorfine komt weer terug en daardoor voelt het allemaal veel minder zwaar. Met de finish in zicht zet ik mijn eindsprint in. Links zie ik Amélie, mijn dochter. ‘Goed zo mama’ gilt ze. Met een glimlach van oor tot oor kom ik binnen en neem ik mijn medaille in ontvangst. Het was een geweldig avontuur.

Nog 11 weken en 2 dagen. Dan sta ik voor een van de grootste uitdaging. De laatste triathlon van de 5. De Almere Challenge Half Distance. Ik kan me er nu nog vrij weinig bij voorstellen. Maar ik weet dat het goed komt. Mogelijk in het begin met wat angst. Maar die finish ga ik halen. Met een big smile.

image_print

Leave a Comment